Richtlijnen voor het maken van een leesverslag.

Vak: Duits.  Klas: VMBO/Havo/Atheneum

  1. Schrijf in vaste volgorde de gegevens van het boek dat je gaat lezen op. Schrijver (Achternaam en voorletter), titel van het boek (onderstrepen of cursief), jaar van uitgave (eventueel de druk er bij vermelden), aantal bladzijden.
  2. Lees de tekst op de achterkant en op de bladzijde tegenover de titelpagina. Noteer wat je hieruit al te weten gekomen bent over het verhaal.
  3. Hoeveel hoofdstukken heeft het boek? Leg steeds per hoofdstuk heel beknopt vast, wat de belangrijkste personen en gebeurtenissen zijn. Met behulp van dit geheugensteuntje kun je je persoonlijke boekverslag schrijven (zie 4).

 

4 Schrijf jouw (persoonlijk) boekverslag aan de hand van onderstaande punten :

(Met deze punten mag je vrij omgaan)

 

A Welke voorvallen in de tekst blijven je goed bij? Noem er in elk geval twee en licht ze kort toe.

B Maak twee lijsten: één voor dingen in de tekst die je aanspreken en één voor dingen in de tekst, die je tegenstaan.

C Selecteer een fragment uit de tekst dat jou bijzonder aanspreekt. Vat dit kort samen (of neem het over, kopie) en licht je keuze toe.

D Is er iemand in het verhaal die jou doet denken aan jezelf of aan iemand die jij persoonlijk kent? Probeer tenminste één voorbeeld te geven.

E Gebeurt er iets in het verhaal dat jou doet denken aan iets in je eigen leven, nu of vroeger? Geef tenminste één voorbeeld.

F Leg in je eigen woorden uit waar het verhaal over gaat. Probeer drie dingen te noemen.

G Wat is het probleem in dit verhaal?

H Wordt dit probleem opgelost? Hoe, of waarom niet?

I Hoe zou jij omgaan met dit probleem? Zou jij hetzelfde doen of zou je het anders aanpakken?

J Wat is de eindindruk die jij van het boek hebt? Zou je het iemand anders kunnen aanraden? Welk cijfer zou je het geven? Licht kort toe.

 

5 Inleverdatum en beoordeling:

 

Beoordeling vindt vooral plaats op grond van de kwaliteit van de inhoud. Ga voor de omvang uit van niet meer dan 4 of 5 bladzijden ruim getypte tekst (met eventuele illustraties). Langere verslagen betekenen meestal niet dat het werk ook beter is! Aan de omvang zijn echter geen eisen gesteld. Werk altijd met een losbladig systeem, lever het verslag, voorzien van naam en klas, in een snelhechter in. Voor datum: zie studiewijzer.

 

Zie: J. Mulder, Literatuur in het studiehuis, Thieme  Zutphen 1997.