Educatieve website maken voor beginners - 4-12-2006 – Jory Vandewall

 

5 min

Concept

Tevens de inleiding op de workshop

Ik ga jullie op weg helpen bij het maken van een educatieve website. Niet zozeer een knoppencursus in een of ander gereedschap maar een verkenning van allerlei aspecten die komen kijken als je een educatieve website wilt (laten) maken. Ik wissel theorie af met praktijk. De workshop duurt 2 uur inclusief pauze. Aan het eind van de workshop heb je enig benul wat er bij het maken van een educatieve website komt kijken. Je hebt wat tips gekregen over wat te doen en wat te laten.

 

Eerst gaan we samen filosoferen over het begrip educatieve website. Waar hebben we het over? Welke beelden hebben we bij een (goede) educatieve website? Wat verwachten we ervan? Ik laat enkele (goede) voorbeelden zien. Daarna iets over de meerwaarde van een educatieve website. Het model Gewin – Gemak – Genot. En als afsluiting van het eerste deel naar de praktijk. Iets over de webstrijd Thinkquest. En dan zelf een website beoordelen.

 

De hoofdmoot is het operationaliseren/bespreken/toelichten van enkele kernbegrippen

  • usability (doel, doelgroep, structuur, vormgeving, internetteksten),
  • bouwen en publiceren (voorbereiding/afspraken maken – bouwen aan de website – uploaden en testen; taakverdeling in techniek – inhoud – vormgeving)
  • auteursrecht: ere wie ere toekomt
  • onderhoud: een website maken is één ding; een website onderhouden een ander.

 

Tot slot aanreiken van

·        gereedschappen (frontpage, open mind, websitemaker kennisnet)

·        wat do’s: bv word online jurylid van thinkquest, stel vragen tijdens onderwijswerkplaats

·        valkuilen

·        hoe verder: lijst boeken/internet bronnen

 

 

Uitwerking

 

5 min

Educatieve website – wat is dat? (via onderwijs leergesprek)

Wat is een educatieve website? Een website waar je iets van leert? Of in ieder geval een website met leerstof, waar je iets kunt leren (lesmateriaal, naslagwerk). En is een website die het leren ondersteunt ook een educatieve website? Een website gericht op docenten? Vergelijk het eens met een boek of een film. Wat is een educatief boek of wat is een educatieve film?

Tijdens de workshop zullen we enkele voorbeelden zien.

Een educatieve website is een website die informatie aanbiedt die bestemd is voor educatie en een zinvolle bijdrage levert aan het leerproces en/of sociale vaardigheden van de leerling (en aansluit bij de onderwijsdoelen en bij één of meer vakken)

 

5 min

Meerwaarde – waarom begin je eraan?

Doedingen: interactiviteit

Behalve lezen kun je een boel dingen doen op een website:

Je mening geven, kennis toetsen, kennis delen, samenwerken, puzzelen, spelletje spelen. En dan niet alleen in tekst maar met beeld en geluid. Je kunt eigen producten plaatsen en zo producent van kennis worden. Een werkstuk maken voor de bureaulade van je leraar is heel wat anders dan een bijdrage aan een openbare (school-) website. (zie http://sharewerk.kennisnet.nl/homepage/homepage.cfm of http://www.spreekbeurten.info/onsite.html of

http://www.wikikids.nl

 

Informatie op maat - adaptief

De gelaagdheid: in een website kunnen verschillende niveaus van informatie aangeboden worden. Denk daar bij aan de verschillende manieren waarop inhouden kunnen worden weergegeven (en dan denk je aan verschil in taalgebruik en de grafics) maar natuurlijk ook aan verdieping en voorbeelden of praktische uitwerkingen.

Adaptief: Op basis van persoonlijke voorkeuren en of interesses (of onderdelen van de opdracht zoals die in het didactische kader kunnen worden gegeven) kan de gebruiker keuzes maken en dingen doen. De inhoud van de website past zich aan de bezoeker aan.

 

Authentieke context – actualiteit

De plaats van de informatie in de wereld: door (al dan niet gerichte) links aan te geven kan de informatie op een educatieve website geplaatst worden in een relevante maatschappelijke context. En ook de mogelijkheid om binnen de website links te maken naar plaatsen waar deskundigen over het onderwerp te benaderen zijn of waar je vragen kunt stellen is een voorbeeld van authentieke context. (Bijvoorbeeld Biodebat: http://www.biodebat.nl/index.htm)

 

Logistiek – financiën

Altijd en overal bereikbaar tegen een fractie van drukkosten of verspreiding op cd. (Zie bijvoorbeeld: www.feo.hvu.nl/isk een kleinschalig vriendenboekje van Internationale Schakelklas Utrecht.

 

Kort samengevat meerwaarde is het overschot (winst) tussen kosten en baten oftewel de hoeveelheid  Gewin – Gemak – Genot wat je aan iets hebt (3G model van B. Collins). De meerwaarde van een website is dus niet voor iedereen hetzelfde.

 

5 min

Thinkquest

ThinkQuest (www.thinquest.nl) is een webstrijd voor leerlingen van het basis-, voortgezet- en beroepsgerichtonderwijs (Er zijn verschillende categorieën. “Docent en Student” is voor hoger en wetenschappelijk onderwijs). Ieder jaar dingen een groot aantal educatieve websites mee naar mooie prijzen op een spectaculaire bijeenkomst ergens in het land.

De educatieve websites worden door teams van leerlingen/studenten gemaakt. Dit doen onder leiding van een coach (een docent of een ouder). Meedoen met Thinkquest is samenwerkend leren. In het verleden hebben enkele studententeams (van aardrijkskunde) meegedaan aan deze wedstrijd. (zie bijvoorbeeld http://vak-aar.feo.hvu.nl/landen/somalie/index.html)

 

15 min

Opdracht in tweetallen een website jureren (Kies een website uit op www.thinquest.nl. Bijvoorbeeld een prijswinnaar van scholier. Duur: 15 minuten),

Als criteria gebruiken we de jurycriteria van Thinkquest. Deze zijn in het kort:

 

Criteria: geef cijfer tussen 1 en 10

1 Is de website leerzaam en bruikbaar voor het onderwijs? (wegingsfactor 2)

2 Werkt de website goed en is de website gebruikersvriendelijk en toegankelijk?

3 Hoe is de inhoud van de website, is hij (methode-)onafhankelijk te gebruiken en sluit hij wat betreft inhoud aan bij de

doelgroep?

4 Is de website vernieuwend en aansprekend wat betreft inhoud of de gekozen didactische aanpak?

5 Is er goed gebruik gemaakt van de mogelijkheden die internet biedt?

6 Is er voldoende aandacht besteed aan het onderdeel “over de site”?

 

Uitdelen A 4 met de criteria

Doel van de opdracht is wat voorwerk te verrichten/ sensitiviteit te kweken voor de hoofdmoot van de bijeenkomst.

 

 

Workshop tot nu toe:

35 minuten waarvan 5 minuten samen – 15 min docent en 15 min cursist aan het woord/werk

Wellicht tijd voor een korte pauze.

 

 

15 min

Usability (bruikbaarheid)

Elke website wordt op bruikbaarheid beoordeeld. Educatieve websites moeten bruikbaar in het onderwijs zijn.

 

Ken je doel – ademloze aandacht

Het voornaamste doel van de meeste zakelijke websites is informatieoverdracht. Meestal bieden ze bezoekers alle informatie over een organisatie die voor hen relevant is. Ook educatieve websites hebben meestal informatieoverdracht tot doel. Het gaat dan niet over een organisatie maar over een of ander (school)onderwerp. Let bij dit doel sterk op de meerwaarde. Maak geen “page turner” maar zorg voor afwisseling. (digitaal erfgoed: http://www.sna.nl/datbewarenwe/

 

Een (educatieve) website kan ook een communicatief doel hebben: de site richt zich dan op het uitwisselen van ideeën en meningen. Een goed voorbeeld hiervan is www.standpedia.com

 

Ook metadoelen zoals vernieuwing van het onderwijs spelen vaak een rol. Zo biedt www.geoweek.nl een nieuwe impuls voor het aardrijkskunde onderwijs (Geo-informatie)

Of het metadoel samenwerkend leren. Het laten maken van een educatieve website als voertuig voor samenwerkend leren zoals bij thinkquest.

 

Enkele soorten educatieve websites

Onderwijsondersteunend: gekoppeld aan een methode of vak of losse opdrachten die de docent geeft.

Aanvullend: de informatie op de website vult bijvoorbeeld lacunes in de methode op, geeft aanvullingen op de leerstof in de methode of actualiseert deze.

Vervangend: alle taken en/of opdrachten en bronnen zijn op de website zelf te vinden en zelfstandig door te werken door de leerling vanwege de in de website ingebouwde ondersteuning.

(Bron: http://www.manssen.nl/Computersindeklas/handreiking_ict/lesmateriaal/educatieve_website.htm)

Ken je doelgroep: Tieners - booooooring

 

Als je denkt dat je scholieren een plezier doet met een educatieve website dan moet je toch eens aan de uitspraak van Jakob Nielsen denken: www.useit.com

 

 

When using websites, teenagers have a lower success rate than adults and they're also easily bored. To work for teens, websites must be simple -- but not childish -- and supply plenty of interactive features.”

 

Hij geeft ook een verhelderend overzicht van enkele verschillen per leeftijdsgroep:

 

 

Animation
and
sound effects

Mine sweeping
for links

Advertising

Scrolling

Reading

Kids

yes

yes

yes

no

no

Teens

maybe

no

maybe

maybe

no

Adults

no

no

no

yes

maybe

 

 

Key:

 

yes

Enjoyable, interesting, and appealing, or users can easily adjust to it.

maybe

Users might appreciate it to some extent, but overuse can be problematic

no

Users dislike it, don't do it, or find it difficult to operate.

 

Merk op dat er geen enkel lachend gezichtje bij teens staat. En zijn studenten iets oudere tieners?

 

Wat een website leuk maakt zijn interactieve elementen.

What's good? The following interactive features all worked well because they let teens do things rather than simply sit and read:

  • Online quizzes
  • Forms for providing feedback or asking questions
  • Online voting
  • Games
  • Features for sharing pictures or stories
  • Message boards
  • Forums for offering and receiving advice
  • Features for creating a website or otherwise adding content

These interactive features allow teenagers to make their mark on the Internet and express themselves in various ways -- some small, some big.

(bron: http://www.useit.com/alertbox/20050131.html)

 

Structuur

Indelingssysteem:

hoofdknopen, vertakkingen

Websites zijn in tegenstelling tot bladzijdes in boeken niet lineair. De lezer brengt eigen volgorde aan. Makkelijkste hulp is een boomstructuur. Maak deze niet te plat maar zeker niet te diep. Vuistregel: gebruik maximaal 5 tot 7 keuzemogelijkheden in het hoofdmenu. De boomstructuur is de basis, hypertekst brengt flexibiliteit aan. Manieren om te structureren: naar doelgroep, naar thema, functioneel of taakgeörienteerd, actualiteit, geografisch, chronologisch, metaforisch. (bijv digitale stad)

Navigatiesysteem: menu’s, hyperlinks, broodkruimelspoor.

 

Labelingssysteem: heldere korte labels, denken vanuit lezer.

 

Structuur van een didactische pagina:

  • Onderwerp (kop)
  • Korte samenvatting (lead)
  • Van eenvoudig naar moeilijk
  • Of van bekend naar onbekend
  • (bron: schrijvenvoor het beeldscherm, Willem Hendrikx, sdu)

 

Kernvraag: Waar ben ik op de site en hoe kom ik terug waar ik eerder was.

Vormgeving

In vormgeving de structuur laten terugkomen. Gebruik een grid. Overdaad schaadt. Niet te veel tekst, gebruik beeld met pakkend onderschrift.

Internetteksten

Schrijven voor het web is anders. Uitgaan van een bestaande tekst is niet makkelijker dan het maken van een nieuwe. Maar er is veel hulp te vinden op dit gebied. Als je googelt met ‘internetteksten’ vind je bijvoorbeeld:

 

Tekstvak: Checklist
 Het schrijven van je webtekst
Bedenk wie de lezer is
Gebruik vragen en spreek de lezer direct aan 
Hou het simpel 
Gebruik opsommingen 
Gebruik geen jargon 
Gebruik feitelijke informatie en laat de lezer zelf oordelen 
Pas de regels voor een goede tekst toe 
Inkorten
Internetteksten zijn kort, maximaal 250 woorden 
Wees kritisch voor je eigen tekst 
Maar ga tactvol om met de tekst van je collega 
Schrap alle overbodige informatie, te lange zinnen, hulpwerkwoorden, bijvoeglijke naamwoorden, de lijdende vorm en tangconstructies 
Structuur aanbrengen
Maak scanbare teksten 
Zet een samenvatting bovenaan 
Verzin een pakkende titel 
Gebruik tussenkopjes 
Gebruik witregels 
Zet de belangrijke informatie ook in foto-onderschriften 
Maak duidelijke links 
Laat links binnen je website in hetzelfde venster en links buiten je website in een nieuw venster openen 
Bron: http://www.bartenheleen.nl/woordenwerken/index.htm
 
 

5 min

Bouwen en publiceren

(voorbereiding/afspraken maken – bouwen aan de website – uploaden en testen; taakverdeling in techniek – inhoud – vormgeving)

Hieronder zie je een opzet van enkele producten per taak, geordend op tijd en onderlinge relaties.

(Bron: http://vakcommunities.kennisnet.nl/vo/thinkquest/tipsentrucs/hoemaakjeeen/planning)

 

Websites kun je maken met een tekstverwerker als je HTML (de taal van de website's) kent. Dat is niet de gemakkelijkste manier.

 

Gemakkelijker is het om een website te bouwen met een programma dat daar speciaal voor gemaakt is en waarmee je op het scherm de website bouwt, zonder je te hoeven bekommeren om de HTML die daar achter zit. Een veel gebruikt programma daarvoor is Microsoft Frontpage.

 

Websites kun je ook bouwen in een programma dat de website al voor je heeft gemaakt en waarin je eigenlijk alleen maar de je eigen informatie hoeft te zetten. Voorbeeld van zo'n programma is de Websitemaker van Kennisnet. On-line te gebruiken op http://web.kennisnet.nl/portal/websitemaker.

 

Sommige programma's hebben de mogelijkheid om het product dat je erin maakt om te zetten naar een HTML-versie. Doe je dat een beetje slim, dan kan je op die manier vlot een website maken. Zo'n programma is OpenMInd van Matchware. Oorspronkelijk gemaakt om MindMaps te maken, maar via de exportfunctie erin naar HTML ook geschikt voor het maken van websites of webquests.

(bron: http://www.feo.hvu.nl/ict/Educatieve%20websites/index%20edweb.htm)

 

Tot slot kun je ook in Sharepoint een educatieve website bouwen. (Het antwoord op de vraag wat sharepoint nu eigenlijk is heb ik nog niet gevonden. Op zijn negatiefst een file dumping ground maar zeker ook een website maker, content management systeem en werkruimte.)

 

2.5 min

Auteursrecht

Ere wie ere toekomt

2.5 min

Onderhoud

Vaak vergeten. Onderhoud van een website kost veel meer tijd dan het maken.

Actualiteit, linkrot, veranderde (didactische) omgeving

Bijv biodebat

 

5 min

Afsluiting

  • gereedschappen (frontpage, openmind, websitemaker kennisnet, sharepoint)
  • wat do’s: bv word online jurylid van thinkquest, stel vragen tijdens onderwijswerkplaats
  • valkuilen: website is eigenlijk een boekje, geen onderhoud mogelijk
  • hoe verder: lijst boeken/internet bronnen: http://webplek.thinkquest.kennisnet.nl/
  • hou het simpel

 

 

Workshop tot nu toe:

75 minuten waarvan 5 minuten samen – 45 min docent en 15 min cursist aan het woord/werk

10 min pauze. Ik heb nog 15 minuten

En daarna nog een oefening. Beter is eigenlijk tussendoor een oefening in internetteksten/ of vormgeving.